cellumat

Thermisch comfort

Los van de individuele subjectieve perceptie van eenieder, is het thermisch comfort van een woning een meetbaar gegeven afhankelijk van verscheidene parameters.

Een belangrijke parameter is de thermische isolatie: in de winter de koude buiten houden en de verwarmingswarmte niet naar buiten laten ontsnappen.

De thermische isolatie is eveneens bepalend voor de zogenaamde comforttemperatuur : het gemiddelde tussen de temperatuur van het binnenoppervlak van de muren en de omgevingstemperatuur. Tussen 19°C en 21°C bevindt men zich in de comfortzone. Om een behaaglijk binnenklimaat te krijgen, is het bovendien noodzakelijk dat het verschil met de wandoppervlaktetemperatuur kleiner blijft dan 2 ŕ 3 °C. Naargelang de muren kouder zijn, moet men meer verwarmen om dezelfde comforttemperatuur te krijgen. Meer stoken kan echter leiden tot een onbehaaglijk en zelfs ongezond binnenklimaat. In dit verhaal is de thermische isolatie evenzeer bepalend : niet enkel om de stookkosten te beperken, maar ook om de wandtemperatuur op het niveau van de omgevingstemperatuur te houden ten behoeve van een comfortgevoel.

Een goede thermische isolatie alleen is echter totaal onvoldoende voor een aangenaam binnenklimaat : een caravan is goed geďsoleerd, maar nochtans loopt de temperatuur al gauw ondraaglijk op indien de caravan in de zon staat. De wanden van de caravan hebben immers geen thermische inertie en kunnen met andere woorden geen warmte bufferen. Dit noemt men het ‘caravaneffect’.

De reactie van een wand op de wijzigingen van de buitentemperatuur is van groot belang. Zij wordt bepaald door de thermische inertie van de wand en meer bepaald door de demping en de faseverschuiving van de buitentemperatuurcyclus ten opzichte van de binnentemperatuurcyclus. De thermische demping is de verhouding tussen de maximale schommeling van de buitentemperatuur en die van de binnentemperatuur. Hoe hoger de waarde, hoe hoger het comfort want de temperatuurschommelingen buiten zijn binnen slechts omgekeerd evenredig voelbaar. De faseverschuiving drukt het tijdsverschil uit tussen de maximumtemperatuur binnen en buiten. Hoe hoger deze waarde, hoe trager men buitentemperatuursverschillen binnen zal voelen.

De demping en de faseverschuiving van een wand worden bepaald door nog tal van andere materiaaleigenschappen zoals de densiteit, de soortelijke warmte, de thermische geleidbaarheid en de warmtecapaciteit. Ook de dikte van de muur is belangrijk.

Voor de nieuwe generatie Cellumatblokken bij een normale muurdikte van 30 cm ligt de faseverschuiving (φ) bij 14 uur en de demping η bedraagt 21. Dat betekent dat het effect van een schommeling van de buitentemperatuur van 20°C bij een Cellumatwand zich maar 14 uur later manifesteert onder de vorm van een temperatuurfluctuatie van amper 1°C. Ideaal dus voor zomerse omstandigheden. In de praktijk dient de invloed van vensters en deuren en andere bouwelementen natuurlijk mee in rekening gebracht te worden om dergelijke simulatie te doen.

Warmte-isolatie moet dus gecombineerd worden met thermische inertie. Dan kan men in de winter en in het tussenseizoen maximaal voordeel halen uit de gratis toevoer van warmte door zonnestraling, zonder dat de temperatuur té hoog oploopt. Hierdoor blijft een aangenaam binnenklimaat behouden. Bovendien moet het hele jaar door minder gestookt worden en wordt veel energie bespaard.

Zuivere isolatiematerialen hebben een lage faseverschuiving en demping. Vandaar het bovengenoemde ‘caravaneffect’ (goede warmte-isolatie, maar onbestaande thermische inertie).

Zware bouwmaterialen zoals beton of kalkzandsteen combineren dan weer een slechte thermische isolatie met een hoge warmtecapaciteit. Om een comfortabele demping en faseverschuiving te krijgen, moeten zeer dikke wanden toegepast worden. Denk maar aan de muren van oude kastelen en kerken.

Cellumat cellenbeton levert het ideale compromis tussen al deze karakteristieken :

  • een relatief belangrijke massiviteit ρ
  • een muurdikte e die in de regel belangrijker is gezien de dikte van de isolatielaag opgenomen is in de muur
  • een hoge soortelijke warmte c
  • een hoge warmtecapaciteit Q
  • een zeer gunstige thermische isolatie- of lambda-waarde
  • een sterke demping µ. Als het buiten warm is, zal in gebouwen uit cellenbeton een lagere binnentemperatuur heersen dan in gebouwen uit de meeste andere materialen.
  • een grote faseverschuiving φ. Het voordeel is dat men een buitentemperatuurpiek rond het middaguur pas ‘s nachts gewaarwordt. Zo is even ventileren ’s avonds laat voldoende om de binnenruimte af te koelen. Bij koude nachten na warme dagen, wordt de overdag in de muren gestockeerde warmte vrijgegeven aan de binnenruimte en draagt zo bij – zonder verwarmingskosten –  tot aangename binnentemperaturen de hele dag en nacht door.
Thermische karakteristieken van de Cellumat ENERGIEBLOC®
Dikte e
(cm)
Densiteit ρ
(kg/mł)
Lambda λ
(W/mK)
Soortelijke
Warmte c
(J/kg/K)
Warmte
Capaciteit Q
(KJ/m˛K)
Demping µ Faseverschuiving φ
(h)
24 325 0,08 1000 78 10 11
30 325 0,08 1000 97 21 14
50 325 0,08 1000 162 236 23
Met de ENERGIEBLOC®50 komt men in het passief bereik :
het buitenklimaat heeft nauwelijks nog invloed op het binnenklimaat.
Thermische karakteristieken van het Cellumat THERMISCH GAMMA
Dikte e
(cm)
Densiteit ρ
(kg/mł)
Lambda λ
(W/mK)
Soortelijke
Warmte c
(J/kg/K)
Warmte
Capaciteit Q
(KJ/m˛K)
Demping µ Faseverschuiving φ
(h)
24 365 0,09 1000 88 10 11
30 365 0,09 1000 110 21 14
40 365 0,09 1000 146 70 19
Muur tweezijdig bezet

Een muur uit Cellumat geeft een beter thermisch comfort dan baksteen, beton en hout, want deze heeft een veel betere thermische isolatiewaarde, demping en faseverschuiving voor vergelijkbare muurdiktes. Dat alles dankzij zijn unieke structuur van gesloten cellen.

Met Cellumat blijft het in de zomer koeler in uw huis en in de winter comfortabel warm met een lagere energiefactuur. Het beste van alle werelden.