| Cellenbeton is een bouwmateriaal bestemd voor de ruwbouw. Het is gemaakt uit uitsluitend natuurlijke grondstoffen: een slimme combinatie van water, zand, cement, kalk, een minieme hoeveelheid aluminiumpoeder en lucht. | |||||||||||||
| |||||||||||||
| 1m³ grondstoffen zet uit tot tot 5 à 6 m³ bouwmateriaal. Cellenbeton bestaat dus voor ongeveer 80% à 85% uit lucht in duizenden gesloten cellen en voor 15% à 20% uit vaste stof die de celwanden vormt. | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Lucht is de beste thermische isolator. De 80% lucht in een cellenbetonblok maakt hem dan ook superisolerend. De 15% à 20% vaste stof in cellenbeton bestaat uit extreem sterke 'tobermoriet'-kristallen die de blok zijn hoge draagkracht geven. Een muur in cellenbeton heeft in de regel een hogere sterkte dan muren in vele andere ruwbouwmaterialen. | |||||||||||||
| |||||||||||||
Isolerende bouwstenenHet is de beroemde 2-in-1: cellenbeton is een dragend beton dat tegelijkertijd sterk isoleert. De isolerende werking van cellenbeton is dan ook duurzaam : ze wordt door niets aangetast, ook niet door bijvoorbeeld vocht in de spouw waardoor gewone isolatiematerialen na 20 jaar vaak veel van hun werking verliezen. De nieuwste generatie cellenbeton isoleert zo goed dat de bouw van lage-energie-woningen en passiefhuizen perfect kan zonder toevoegen van klassieke isolatiematerialen. Geen risico meer van slecht geplaatste of nat geworden isolatie wat tot EPB-problemen leidt : koudebruggen, condensatie, schimmelvorming. Gebouwen in cellenbeton voldoen aan de strengste EPB-normen zonder kopzorgen voor de architect noch voor de bouwheer. De bouwheer is verzekerd van een eeuwigdurend resultaat. Cellenbeton laat in de winter de koude niet binnen en laat de warmte niet ontsnappen. Dat scheelt veel op de stookkosten. In de zomer houdt het de hitte buiten en bewaart het een koel klimaat binnen. Thermisch comfort en levenskwaliteit noemt men dat. Extra troevenCellenbeton is vochtregulerend. De structuur bestaat uit gesloten cellen met nanoscopische poriën in de cellenwandjes. Het is daardoor dampdoorlatend of ‘ademend’ maar heeft slechts weinig neiging tot waterabsorptie. Waterdamp afkomstig van bijvoorbeeld de adem van de bewoners en hun dagelijkse activiteiten wordt door de muren afgevoerd, wat leidt tot zeer gezond binnenklimaat. Nooit condensatie, geen schimmelvorming. Belangrijk daarbij is dat gewerkt wordt met dampdoorlatende pleisters en afwerkingen. Door de lage waterabsorptie wordt cellenbeton ook vaak zonder zorgen ingezet in vochtige ruimtes zoals badkamers en keukens. Cellenbeton is extreem brandwerend. Europees behoort het tot de brandklasse A1: het is onontvlambaar. Bij brand geeft het geen giftige dampen of rook af en houdt de vlammen en de hitte vele uren tegen. Cellenbeton is zeer ecologisch en duurzaam: de productie verbruikt veel minder en uitsluitend natuurlijke grondstoffen en energie dan de meeste andere ruwbouwmaterialen gezien zijn laag soortelijk gewicht. Alle cellenbeton is recycleerbaar voor nieuwe productie. Cellenbeton isoleert zeer sterk wat CO2-uitstoot door verwarming en airco sterk vermindert. Bovendien verliest het nooit zijn eigenschappen dankzij het eeuwige en onaantastbare karakter van de kristallen waaruit het is opgebouwd. AandachtspuntenZoals elk ruwbouwmateriaal dient cellenbeton correct geplaatst te worden om barsten te vermijden. Ondanks hoge druksterktes en draagkracht kunnen door slechte plaatsing barsten optreden in eender welke muur, of hij nu opgetrokken is uit baksteen, beton of cellenbeton. Net zoals beton en baksteen is cellenbeton in zekere mate gevoelig voor capillaire druk. Daarom moet ook cellenbeton beschermd worden tegen opstijgend vocht. De eerste blokkenrij moet daarom rusten op vochtwerende mortel of een waterdichte vlaksteen. Cellenbeton wordt ook ingezet voor kelders en als bovenste laag van funderingen (EPB!). In die toepassing en meer algemeen in contact met de aarde dient cellenbeton een waterdichte bescherming te krijgen net zoals bijvoorbeeld betonblokken. GeschiedenisCellenbeton bestaat al zeer lang. W. Michaelis deed de basisuitvinding al rond 1880. In 1889 zette E. Hoffman het rijzingsproces van de specie op punt. Het was de Zweed Axel Eriksson die de productie commercialiseerde in 1924. Naar schatting worden in Europa alleen al jaarlijks 500.000 huizen in cellenbeton gebouwd. Daarnaast wordt het massaal gebruikt voor industriegebouwen en brandwanden. In België is het materiaal op de markt sinds 1953.
|